1. wat is de leeftijd van uw
zoon?
Mijn
zoon is 17 jaar en zit momenteel in het 5de middelbaar (op leeftijd)
2. Welke beperking heeft uw
zoon?
Mijn
zoon heeft een lichte motorische handicap (spastische hemiplegie ten nadele van
links) sinds zijn geboorte en heeft ook de diagnose ASS gekregen op 9 jarige
leeftijd. Hij heeft ook zware eczema aan zijn handen en een auto-immune
aandoening aan de hoofdhuid met kale plekken tot gevolg.
3. Welke schoolloopbaan heeft uw
zoon doorlopen?
Hij
heeft 3 kleuterklassen doorlopen met GON begeleiding
Hij
heeft de eerste 3 leerjaren gedaan in een stadsschool met GON begeleiding
Hij
heeft de laatste 3 leerjaren gedaan in een dorpschool met GON begeleiding
Tijdens
deze schoolwissel heeft hij ook nog 3 weken les gevolgd in het buitengewoon
onderwijs.
Eerste
graad volgde hij de studierichting moderne (ASO)
Tweede
graad volgde hij de studierichting wetenschappen-wiskunde (ASO)
Derde
graad, momenteel volgt hij het 5de jaar Techniek Wetenschappen (TSO)
4. Om welke redenen heeft u een
aantal keer voor een andere school gekozen?
Op het
einde van het 3de leerjaar kreeg onze zoon de diagnose ASS. Zowel
het CLB, de school als het ECA (expertise centrum autisme) vond het beter om
hem les te laten volgen op een aangepast niveau. Een auti-klasje was ideaal,
maar dan moest hij op semi-internaat en dat zagen wij als ouders niet zitten.
Alternatief was dan type 8. Hij werd getest door een reeks onbekenden en dan in
een groep geplaatst, ver onder zijn kunnen. Dit was voor ons als ouder niet
aanvaardbaar. We wilden niet terug naar de stadsschool omdat we daar geen
vertrouwen meer in hadden, ze geloofden immers niet in zijn mogelijkheden. We
kozen dan voor een kleine dorpschool, hier wilden ze hem wel een kans geven.
5. Kan u het welbevinden van uw
zoon in het gewone onderwijs beschrijven?
Hij
voelt zich goed op school. Hij voelt zich ook sterk aanvaard door zijn
klasgenoten.
Hij
heeft gelukkig nooit te maken gekregen met pestgedrag.
6. Merkt u een evolutie op in de
begeleiding die uw zoon nodig heeft?
Ja, de
eerste jaren was er vooral motorische hulp nodig. Veel van de kleutertechnieken
zijn dan ook fijn motorische technieken. Ook op het vlak van zelfredzaamheid
hebben ze in het begin heel hard gewerkt. Na de diagnose ASS is er ook veel
aandacht gegaan aan sociale vaardigheden, communicatie en zelfstandigheid.
7. Denkt u dat leerkrachten
voldoende opgeleid zijn, voldoende competenties hebben om uw zoon op een goede
manier te begeleiden?
Ja, als
een leerkracht de basiscompetenties bezit. Hiermee bedoel ik :
* noden
van leerlingen kunnen inschatten
*
doelstellingen kunnen bepalen
*
differentiëren
*
kunnen bijsturen
*
remediëren
Het is
niet de bedoeling dat de leerkracht zich gaat specialiseren in alle mogelijke
aandoeningen. En volgens mij is dit ook niet nodig.
Maar,
ik vind wel dat sommige competenties nogal persoonsgebonden zijn. Niet elke
persoon is even gestructureerd, heeft evenveel discipline. Maar met veel goede
wil en begrip kom je al heel ver, op voorwaarde dat de leerling ook voldoende
inzet toont. Het moet van twee kanten komen.
8. Werd er door de scholen en de
individuele leerkrachten voldoende rekening gehouden met de noden van uw kind
en de wensen van u als ouder?
Meestal
wel. Onze zoon kreeg en krijgt compenserende maatregelen. De meeste
leerkrachten hielden rekening met zijn motorische beperkingen en zijn ASS
problematiek. Dat ikzelf les geef op de school is zeker een pluspunt. Wanneer
er iets niet naar wens verloopt of verliep ging ik dat onmiddellijk melden. We
konden dus zeer kort op de bal spelen. De leerlingbegeleiding van de 1ste
graad is uitmuntend uitgebouwd. Alles was prima georganiseerd. De
leerlingbegeleiding in de 2de graad was ook heel goed. De leerlingbegeleiding
van de 3de vind ik ook goed, maar anders. Gelukkig heeft hij minder
nood aan ondersteuning en is alles OK.
9. Welke maatregelen zou een
school kunnen nemen op klasniveau om tot een betere begeleiding te komen?
Dit
vind ik een moeilijke vraag. Het is vaak dubbel. Een concreet voorbeeld hiervan
is dat onze zoon opmerkingen gekregen had van medeleerlingen in verband met
zijn manier van lopen tijdens de LO les. Leerlingbegeleiding (1ste graad) heeft na een gesprek met hem hierover
een klasgesprek gehouden en hebben al zijn problemen/extra faciliteiten
opgehangen aan de kapstok motorische problemen. Hij wou immers niet dat
klasgenoten weet hadden van zijn ASS. Zonder die motorische problemen die
zichtbaar zijn, lijkt het mij soms moeilijker om medeleerlingen op de hoogte te
brengen en begrip te vragen voor een problematiek die niet zo zichtbaar is en
misschien liever verzwegen wordt.
10. Hoeveel jaar heeft uw zoon
GON-begeleiding gekregen?
Hij
heeft reeds 13 jaar GON-begeleiding. Hij krijgt zijn GON begeleiding vanuit
type 4 omwille van zijn motorische handicap, dit levert een GON begeleiding op
die niet in tijd beperkt is. Voor ASS heb je immers maar recht op 2 jaar GON per schoolniveau (kleuteronderwijs, lager
onderwijs en middelbaar onderwijs).
11. Bent u tevreden over deze
begeleiding?
Zeer
tevreden. Het komt voor sommige leraren beter/geloofwaardiger over als een
extern persoon de problematiek komt verduidelijken op een informerende KR in
het begin van het schooljaar. Wij waren als ouder ook altijd aanwezig op deze
KR zodat leerkrachten goed wisten dat ze steeds terecht konden met
vragen/bedenkingen over het gedrag van onze zoon zowel bij de GON-begeleider
als bij de ouders. Een GON kind moet het ook vaak hebben van de goodwill van
zijn omgeving.
12. Op welke vlakken kreeg uw
zoon GON-begeleiding?
De
eerste schooljaren (kleuterklassen) situeerde de problemen zich vooral op
motorisch vlak en zijn zelfredzaamheid.
Na de
diagnose (einde 3de leerjaar) is de aandacht van de GON vooral
gegaan naar het sociale aspect, dagplannen werden gemaakt om alles meer
voorspelbaar te maken, tijdsbesef bijbrengen. De GON-begeleiding heeft tijdens
het 4de en 5de leerjaar gewerkt rond autisme. Ze hebben
het grote ik-boek van Peter Vermeulen volledig doorgenomen. Onze zoon heeft
bijgevolg zijn ASS volledig aanvaard, vooraleer de puberteit eraan zou komen.
Dit vonden wij als ouder wel belangrijk.
In het
middelbaar onderwijs werkt de GON vooral rond planning, stress beheersing,
sociale contacten, welbevinden, problemen met gezondheid, helpen zoeken naar
oplossingen voor dwangmatig gedrag thuis of op school. Momenteel zijn ze aan
het werken met het thema sporen naar jezelf, dit is toekomst gericht werken.
Hij start volgend schooljaar immers aan zijn laatste jaar middelbaar onderwijs
en zal dan een studiekeuze moeten maken.
De GON
werkt met een voortganggesprek, dit is heel veilig voor hem omdat dit elke week
hetzelfde is. Hierdoor kan hij ook open zijn naar zijn GON begeleidster toe, er
is immers veel vertrouwen. In het begin zijn dit heel veilige vragen waarover
hij makkelijk verteld, daarna komen pas de meer persoonlijke vragen. Zo’n
voortganggesprek bevat volgende 7 vragen.
1. Heb
je afgelopen week cijfers teruggekregen? Zo ja, voor welke vakken en hoe waren
de cijfers? Ben je er tevreden over?
2. Ben
je afgelopen week bij alle lessen aanwezig geweest? Zo nee, bij welke lessen
niet en waarom?
3. Heb
je afgelopen week conflicten gehad met leerkrachten/klasgenoten of andere
mensen van school? Zo ja, met wie, wanneer, waarom en hoe is het afgelopen?
4. Wat
is er deze week (erg) goed gegaan op school? Wat was een leuk moment?
5.
Voorzie je de komende week/weken problemen? Zo ja, wat zijn die en hoe denk je
dat deze voorkomen/opgelost kunnen worden? Heb je hierbij hulp nodig?
6. Zijn
er nog andere dingen die je wil bespreken? Zo ja, welke?
7. Deze
dingen wil de leerkracht/GON begeleidster/ leerlingbegeleider nog met jou
bespreken.
Nieuwe
afspraak op : datum van de volgende afspraak
13. Wat vindt u positief of
negatief aan de nieuwe maatregelen van het M-decreet?
Ik vind
dat er toch wel een serieus verschil is tussen inclusief onderwijs ION en
geïntegreerd onderwijs GON. Het gelijke kansen onderwijs is volgens mij een
grote illusie. Studies tonen immers aan dat ouders van GON leerlingen vaak
hoogopgeleid zijn. Zij kennen het onderwijssysteem erg goed, waardoor ze zich
niet zomaar neerleggen bij een advies dat hun kind doorverwijst naar
buitengewoon onderwijs. Bovendien hebben GON leerlingen meestal nog
buitenschoolse hulp nodig zoals logopedie (onze zoon heeft 4 jaar logopedie
gevold) of kinesist (onze zoon gaat reeds 10 jaar wekelijks naar de kine). Met
een beperking les volgen in het gewoon onderwijs vraagt veel energie, zodat
ouders in staat moeten zijn om hun kind sociaal-emotioneel en schoolinhoudelijk
te begeleiden en te ondersteunen. Deze ondersteuningen zorgen voor
discriminatie, ze zorgen ervoor dat GON meestal een voorrecht is voor de
begoede middenklasse.
Een
andere studie heeft aangetoond dat de meeste GON kinderen de diagnose ASS
hebben. De meeste van deze kinderen hebben wel een gemiddelde tot hoog
gemiddeld IQ.
Inclusief
ouderwijs zou kinderen toelaten met een IQ vanaf 60. Uiteraard volgen deze
kinderen dan een individueel leertraject. Ze verkrijgen dan ook geen attest op
het einde van een schooljaar. Ik vraag me af wat voor deze leerlingen de
meerwaarde gaat zijn. Hoe je dit als school en/of leerkracht moet opvangen,
lijkt mij toch een zeer zware opdracht.
- Voor dit kind met ASS was het buitengewoon
onderwijs van een te laag niveau. Door naar een andere school voor gewoon
onderwijs over te schakelen lukte het
Geen opmerkingen:
Een reactie posten