Met de brochure "Met een handicap naar de school van je keuze, redelijke aanpassingen in het onderwijs" kunnen mensen hun rechten op inclusief onderwijs opvragen.
Verplichting tot het voorzien van redelijke
aanpassingen geldt voor het hele onderwijs, dus ook voor het kleuteronderwijs.
Niet enkel leerlingen die door het RIZIV, de RSZ of het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) erkend worden als personen met een handicap hebben recht op redelijke aanpassingen. Ook leerlingen met een chronische ziekte, een leerstoornis (dyslexie of dyscalculie), autisme, ADHD of andere ontwikkelings- en gedragsstoornissen hebben recht op redelijke aanpassingen.
Niet enkel leerlingen die door het RIZIV, de RSZ of het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) erkend worden als personen met een handicap hebben recht op redelijke aanpassingen. Ook leerlingen met een chronische ziekte, een leerstoornis (dyslexie of dyscalculie), autisme, ADHD of andere ontwikkelings- en gedragsstoornissen hebben recht op redelijke aanpassingen.
Redelijke
aanpassingen zijn altijd afgestemd op de specifieke en individuele
ondersteuningsbehoeften van de leerling met een handicap. Het is niet de
bedoeling om leerlingen met een handicap te bevoordelen, maar om de nadelen van
een onaangepaste
omgeving te compenseren.
Een
redelijke aanpassing voldoet zoveel mogelijk aan de volgende criteria:
- ze komt tegemoet aan de ondersteuningsbehoeften van de leerling
- ze laat toe dat de leerling op eigen niveau kan deelnemen aan dezelfde activiteiten
- ze laat toe dat het werken in de klas of de verplaatsingen binnen de school zo zelfstandig mogelijk verlopen;
- ze garandeert de veiligheid en respecteert de waardigheid van de leerling met een handicap.
Of
een aanpassing redelijk of onredelijk is, kan beoordeeld worden aan de hand van
een aantal criteria.
- De kostprijs: een te dure aanpassing kan als onredelijk worden beschouwd, tenzij ze geheel of gedeeltelijk door een overheidsdienst wordt terugbetaald. De kostprijs dient steeds te worden bekeken in functie van de financiële draagkracht van de school.
- De gebruiksfrequentie en gebruiksduur van de aanpassing: een dure aanpassing die vaak of voor langere tijd wordt gebruikt, wordt wel als redelijk beschouwd.
- De impact op de organisatie: de aanpassing mag de klas- of schoolorganisatie niet overmatig belasten.
- De impact van de aanpassing op de omgeving en op de andere leerlingen: de impact van de aanpassing op de omgeving en op de andere leerlingen wordt zo klein mogelijk gehouden.
- Het al dan niet ontbreken van gelijkwaardige alternatieven: een aanpassing wordt sneller als redelijk beschouwd wanneer gelijkwaardige alternatieven ontbreken. Bestaan er wel gelijkwaardige alternatieven, dan is het redelijk dat de school kiest voor het minst ingrijpende alternatief.
Sticordi-maatregelen
Sticordi-maatregelen
maken deel uit van het algemeen zorgbeleid op school. De school en het CLB
bekijken in overleg met de ouders welke maatregelen zinvol zijn. Het is
aangewezen om afspraken over de toepassing van sticordi-maatregelen op papier
te zetten.
Hulpmiddelen
De
Vlaamse overheid stelt hulpmiddelen ter beschikking of betaalt die terug.
Voorbeelden van hulpmiddelen zijn de omzetting van studiemateriaal in braille
of grootletterdruk, technische hulpmiddelen zoals een leesloep, kopieën van
notities van medeleerlingen, schrijftolken en tolken Vlaamse Gebarentaal.
Daarnaast kan ook een persoonlijke-assistentiebudget (PAB) toegekend worden.
Een persoonlijk assistent helpt bij praktische
en organisatorische taken zoals het omkleden na de turnles of het
assisteren tijdens een schoolreis.
GON- en
ION-begeleiding
Soms
kunnen leerlingen ook rekenen op GON- of ION-begeleiding. GON staat voor
geïntegreerd onderwijs, ION voor Inclusief Onderwijs voor leerlingen met een
matige of ernstige verstandelijke beperking. De begeleiding gebeurt door een
personeelslid van een school voor buitengewoon onderwijs. Dat kan op
verschillende manieren: een aantal uren hulp voor de leerling zelf,
ondersteuning voor de ouders, ondersteuning en uitleg aan leerkrachten
(teamondersteuning), aanmaken van specifiek materiaal, ...
De
ouders, de leerling, de school voor gewoon onderwijs, de begeleidende school
voor buitengewoon onderwijs en het CLB maken afspraken over de
begeleiding. De afspraken worden vastgelegd in een integratieplan.
Onderwijs aan
huis of in het ziekenhuis
Leerlingen die
langdurig of chronisch ziek zijn, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op
onderwijs aan huis of in het ziekenhuis. De school organiseert deze lessen en
de overheid draagt hiervoor de kosten. Daarnaast bestaan een aantal
verenigingen die extra ondersteuning voorzien zodat onderwijs aan huis mogelijk
is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een internetverbinding tussen de klas en de
leerling (www.bednet.be) of om bijles door vrijwilligers (Auxilia, School &
Ziekzijn). Een aantal ziekenhuizen organiseren zelf onderwijs
(www.ikleerinhetziekenhuis.be).
Enkele voorbeelden:
Aanpassingen aan
de school- en klasomgeving
- Een leerling met een rolstoel volgt alle lessen in hetzelfde lokaal
- Er wordt een traplift geïnstalleerd op school voor leerlingen met mobiliteitsproblemen
- Leerrlingen met ADHD leggen examens af in een apart lokaal
- Een leerling met overmatige bewegingsdrang kan terecht in een aangepast hoekje in de klas om af en toe te rusten
- Een leerling met suikerziekte mag eten in de klas
- Een leerling is doof en gebruikt de Vlaamse Gebarentaal. Ze studeert voor leerkracht lager onderwijs en wil later les geven aan dove leerlingen. Ter vervanging van de opleidingsonderdelen Frans en Muziek, kan ze zich vervolmaken in de Vlaamse Gebarentaal zodat ze een goede dove leerkracht kan worden.
- Een jongen met een verstandelijke handicap, zit in de eerste klas van de lagere school in het gewoon onderwijs. De leerkracht gebruikt korte zinnen met eenvoudige woorden. Ze geeft hem slechts één instructie tegelijk en werkt vaak met beelden. Elke ochtend stelt ze het dagprogramma met pictogrammen voor (lezen, speeltijd, middagmaal, handwerk, …). Een begeleider van een school voor buitengewoon onderwijs biedt pedagogische ondersteuning en er worden regelmatig vergaderingen belegd met alle betrokkenen.
- Een leerling heeft autisme. Voor hem worden opdrachten op tijd aangekondigd en op een duidelijke manier toegelicht, zowel mondeling als schriftelijk.
- In de klas mag een leerling met dyscalculieze een rekenmachine en een formularium gebruiken, ze krijgt extra tijd bij toetsen en examens.
- Een leerling heeft een licht verstandelijke handicap waardoor hij problemen heeft met decimalen bij rekensommen. Daarom maakt Younes dezelfde sommen met afgeronde getallen en in zijn eigen tempo.
- Voor begrijpend lezen moeten de leerlingen stukken tekst in de juiste volgorde plaatsen zodat het verhaal een logische opbouw krijgt. Een leerling heeft een verstandelijke beperking en kan dit niet. In plaats daarvan mag hij prenten in de juiste volgorde leggen zodat de prenten een verhaal vertellen.
- Een leerling volgt door haar chronische vermoeidheid een aangepast leertraject. Ze kan haar stage spreiden over een langere periode en er wordt gekeken of de stageplaats vlot bereikbaar is.
Wanneer er problemen zijn bij het voorzien van een redelijke aanpassing kan je je wenden tot het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. Het Centrum is een onafhankelijke openbare instelling. De dienstverlening is gratis en voor iedereen toegankelijk. Een beroep doen op het Centrum betekent niet dat je meteen ook een formele klacht neerlegt (zoals bij de politie of bij de rechtbank).Je kan ook terecht bij de Meldpunten Discriminatie. Of je kan contact opnemen met de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten