De Verenigde Naties namen op 13 december 2006 het
Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap aan. België keurde dat
verdrag goed 2 juli 2009.
Artikel 24 van dit verdrag gaat in het bijzonder
over onderwijs.
Artikel 24 VN verdrag
1. De Staten
die Partij zijn erkennen het recht
van personen met een handicap op onderwijs. Teneinde dit recht zonder
discriminatie en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, waarborgen Staten
die Partij zijn een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen
voor een leven lang leren en wel met de volgende doelen:
a. de volledige
ontwikkeling van het menselijk potentieel en het gevoel van waardigheid en
eigenwaarde en de versterking van de eerbiediging van mensenrechten,
fundamentele vrijheden en de menselijke diversiteit;
b. de optimale
ontwikkeling door personen met een handicap van hun persoonlijkheid, talenten
en creativiteit, alsmede hun mentale en fysieke mogelijkheden, naar staat van
vermogen;
c. het in staat
stellen van personen met een handicap om daadwerkelijk te participeren in een
vrije maatschappij.
2. Bij de
uitoefening van dit recht waarborgen de Staten die Partij zijn dat:
a. personen met
een handicap niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van het algemene
onderwijssysteem, en dat kinderen met een handicap niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van gratis en verplicht basisonderwijs
of van het voortgezet onderwijs;
b. personen met
een handicap toegang hebben tot inclusief, hoogwaardig en gratis basisonderwijs
en tot voortgezet onderwijs en wel op basis van gelijkheid met anderen in de
gemeenschap waarin zij leven;
c. redelijke
aanpassingen worden verschaft naar gelang de behoefte van de persoon in
kwestie;
d. personen met
een handicap, binnen het algemene onderwijssysteem, de ondersteuning ontvangen
die zij nodig hebben om effectieve deelname aan het onderwijs te
vergemakkelijken;
e.
doeltreffende, aan het individu aangepaste, ondersteunende maatregelen worden
genomen in omgevingen waarin de cognitieve en sociale ontwikkeling wordt
geoptimaliseerd, overeenkomstig het doel van onderwijs waarbij niemand wordt
uitgesloten.
3. De Staten die
Partij zijn stellen personen met een handicap in staat praktische en sociale
vaardigheden op te doen, teneinde hun volledige deelname aan het onderwijs en
in het gemeenschapsleven op voet van gelijkheid te vergemakkelijken. Daartoe
nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen, waaronder:
a. het vergemakkelijken
van het leren van braille, alternatieve schrijfwijzen, het gebruik van
ondersteunende en alternatieve communicatiemethoden, -middelen en -vormen,
alsmede het opdoen van vaardigheden op het gebied van oriëntatie en mobiliteit
en het vergemakkelijken van ondersteuning en begeleiding door lotgenoten;
b. het leren van
gebarentaal vergemakkelijken en de taalkundige identiteit van de gemeenschap
van doven bevorderen;
c. waarborgen
dat het onderwijs voor personen, en in het bijzonder voor kinderen, die blind,
doof of doofblind zijn, plaatsvindt in de talen en met de communicatiemethoden
en -middelen die het meest geschikt zijn voor de desbetreffende persoon en in
een omgeving waarin hun cognitieve en sociale ontwikkeling worden
geoptimaliseerd.
4. Teneinde de
uitoefening van dit recht te vergemakkelijken, nemen de Staten die Partij zijn
passende maatregelen om leerkrachten aan te stellen, met inbegrip van
leerkrachten met een handicap, die zijn opgeleid voor gebarentaal en/of
braille, en leidinggevenden en medewerkers op te leiden die op alle niveaus van
het onderwijs werkzaam zijn. Bij deze opleiding moeten de studenten worden
getraind in het omgaan met personen met een handicap en het gebruik van de
desbetreffende ondersteunende communicatie en andere methoden, middelen en
vormen van en voor communicatie, onderwijstechnieken en materialen om personen
met een handicap te ondersteunen.
5. De Staten die
Partij zijn waarborgen dat personen met een handicap, zonder discriminatie en
op voet van gelijkheid met anderen, toegang verkrijgen tot het tertiair
onderwijs, beroepsopleidingen, volwassenenonderwijs en een leven lang leren.
Daartoe waarborgen deStaten die Partij zijn dat redelijke aanpassingen worden
verschaft aan personen met een handicap.
Eigen opmerkingen
In punt 2a wordt vermeld dat personen met een handicap niet op
grond van hun handicap mogen uitgesloten
worden van het algemene onderwijssysteem. Maar in België blijft voor een aantal kinderen
het volgen van het gewone onderwijs een gunst
en geen recht!
In
punt 2b wordt vermeld: personen met een handicap toegang hebben tot inclusief,
hoogwaardig en gratis basisonderwijs en tot voortgezet onderwijs. Wordt dit na het
M-decreet ook toegepast in het kleuteronderwijs?
In
punt 4 spreekt men over de opleiding van leerkrachten. Deze leerkrachten
bestaan al in het buitengewoon onderwijs. Moeten alle leerkrachten braille
kunnen lezen, gebarentaal kennen? Worden ze extra opgeleid?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten