Volgens de tekst is de kennis van het buitengewoon
onderwijs al vaak in gewone scholen aanwezig. Je moet als leraar geen
specialist worden in alle mogelijke leerstoornissen of beperkingen. Je moet wel
de nodige basiscompetenties bezitten om op een goede manier les te kunnen geven
aan alle leerlingen: de noden van leerlingen inschatten, doelstellingen
bepalen, differentiëren, bijsturen, remediëren, het inzetten van hulpmiddelen
en het meer op maat maken van het curriculum. Je zal dus ook meer moeten
overleggen met leerlingen met een beperking en hun ouders, en intensiever
samenwerken met het CLB en andere ondersteuners.
Eigen
opmerkingen
Basiscompetenties die aangehaald worden om op een
goede manier les te kunnen geven aan alle leerlingen vind ik zelf heel
belangrijk en wil ik later als kleuterjuf zeker nastreven. Mijn korte
leservaring heeft me al geleerd dat dit niet altijd eenvoudig is. (kleuter met
vermoedelijk autisme in de eerste kleuterklas die niet deelnam aan de
activiteiten en niet reageerde op juf en andere kleuters). Voor het optimaal
uitvoeren van deze competenties is de klasgrootte zeker van belangrijk.
Hoewel ik dit zelf graag wil nastreven heb
ik hier toch mijn vragen bij. Zijn de mensen die deze teksten opstellen ook
mensen die zelf les geven? Gaat men er hier niet iets te veel van uit dat een
leraar een superman of supervrouw is?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten